← De Stukken

Oorkerst

Oorkerst

Jaren geleden schreef ik een gedichtje nadat ik een man van ongeveer 55 jaar oud een hele avond over vroeger had horen leuteren.

Ik ga niet het hele gedicht hier opschrijven, maar het eindigde met:

Ik kan de gedachte niet mijden, mensen die praten over het begin hebben het over het einde.

Ik was 25 en schreef zinnen alsof ze later nog iets moesten bewijzen.

Inmiddels weet ik dat ik een gruwelijke hekel heb aan 50-plussers die sentimenteel over hun jeugd schrijven.

Vroeger was alles beter, toen was geluk heel gewoon.

Zak door de stront met je nostalgisch gezwets, elke generatie doet dit al minstens 100.000 jaar.

Gelukkig ben ik pas 47!

Een kerstanekdote mag ik volgens mijn eigen regels dus nog opschrijven.

Als kind vond ik kerst magisch: de lichtjes, kaarsjes, kerstverhalen verteld door Aart Staartjes en Kerstfeest met Bert en Ernie.

“Ik ben een kerstbal”, zing ik nog steeds graag met de stem van Ernie.

In huis hadden we op die twee dagen geen lampen aan, alleen maar kaarsjes; rond etenstijd zaten we allemaal te gapen van zuurstoftekort of van de warmte, of misschien was het wel gewoon van het niets doen en het hangen.

Het was kerst 1986, vlak nadat ik mijn droom van saxofoonspeler had opgegeven en besloot over te gaan op een nieuw instrument dat ik als synthesizer op mijn verlanglijstje had gezet.

Dat jaar kwam Europe uit met het nummer The Final Countdown.

Ook waren we bij een oudere neef langs geweest die meerdere keyboards had staan. Twee had hij zelfs in een standaard zo trapsgewijs boven elkaar!

Ik was verkocht.

Mijn instrument had ik gevonden.

Alleen nog een beetje lippenstift, lang haar en ik was mijn eigen EuroBonjovi (zie onderstaande foto. Durf te dromen…).

Durf te dromen

Op de ochtend van eerste kerstdag mochten we na het ontbijt allemaal rond de boom zitten en onze cadeautjes uitpakken.

Ik kan mij het moment niet helemaal meer voor de geest halen, maar ik weet dat ik het papier eraf scheurde en zwart-witte toetsen zag.

Ik pakte mijn roeping uit!

Dat we thuis een echte piano hadden staan die ik in mijn maanden van verlangen met geen vinger had aangeraakt, ontging mij volledig.

Een synthesizer is natuurlijk heul wat anders.

Snel maakte ik de doos open en verwijderde ik het piepschuim.

Het viel mij op dat de keyboards en synthesizers die ik had gezien niet leken op wat ik vasthad.

Heel lang dacht ik daar niet over na; er zat een stekker aan, dus in het stopcontact ermee.

Direct begon er een motor te draaien.

Het klonk als een stofzuiger?!

Ik drukte op de meest linker toets om te testen; een hoge fluittoon… snel nog een paar toetsen proberen.

Ik herkende dit geluid!

Dit was geen synthesizer, het was niet eens een keyboard.

Het was een orgel!

Ik kan mij geen teleurstelling herinneren.

Wat ik mij wel kan herinneren is dat ik doelgericht ging oefenen.

Er zat een boekje bij en het eerste liedje was Stille Nacht, Heilige Nacht.

Het geluid dat uit dat plastic orgeltje kwam was blikkerig en snijdend hard.

Vals was het niet, maar een kat had zich zeker met opstaande haren snel verstopt.

Talent moest bij mij afgedwongen worden.

Iedere keer als ik een foutje maakte begon ik voor straf weer van voor af aan.

Lang uitgerekte noten. Pas daarna ging ik naar de volgende; ik had tijd nodig om de juiste toets te vinden.

Natuurlijk hield ik de voorgaande toets dan vast om de melodie niet te verliezen.

Kerstmis 1986 was lang niet zo vredig als de voorgaande jaren.

Opgeven deed ik niet.

De melodie van het liedje kende ik wel, maar de tekst was lastig te onthouden.

Eerlijk gezegd begreep ik er niets van: Davids zoon?!

God was toch de papa van Jezus, heet God David?

Voor zover ik wist was Maria de moeder en Jozef de stief-niet-vader die wel de lasten had maar niet de lusten.

Het feit dat Maria moest bevallen in een stal toont wel aan dat hij voor de geboorte van Jezus al krap zat.

Het maakte ook niet uit; zingen bij het bespelen van het orgel was toch nog een verre droom.

Gewoon door blijven oefenen.

Uiteindelijk brak het geduld van de buurvrouw eerder dan mijn motivatie.

Nog voordat het nieuwjaar begon belde ze aan en vroeg mijn moeder of we geen vaste oefentijden konden afspreken.

En dan het liefst niet om zeven uur ’s ochtends, dat was de tijd dat ik meestal wakker werd.

Uiteraard protesteerde ik toen mijn moeder mij het dwangbuisachtige keurslijf van een oefenschema oplegde.

Dat was natuurlijk totaal niet rock-’n-roll!

Volgens mij is mijn roeping als toetsenist niet verder dan Driekoningen gekomen.

Stille Nacht, Heilige Nacht, op een snerpend plastic orgeltje totdat alle stilte, vrede en naastenliefde verdreven was.

Misschien is dat wel hoe kerst werkt: een ritueel over stilte dat alleen kan bestaan door er lawaai omheen te maken.