← De Stukken

Klets Kronieken

Klets Kronieken

Als iemand mij vraagt waar ik geboren ben, dan antwoord ik Groningen.

En dat is de waarheid.

Men reageert meestal verbaasd, want in de Randstad voelt Groningen heel ver weg.

Dan vertel ik meestal: “Onze familie woonde in een dorpje dicht aan het wad. Misschien wel het meest noordelijke deel van Nederland.”

Ik laat dan graag het beeld ontstaan dat ik in een oud huis geboren ben.

De zilte wind fluit om de muren. In de verte het geklots van de Waddenzee.

En plots het geluid van een huilende baby.

Ergens in de verte zingt Jaap Briel: ‘Mien vlak laaand, mien boeren laaand.’

Het is allemaal onzin: Haagse ouders, stadsziekenhuis Groningen.

Eind mei, elf uur, blaasontsteking.

Uiteraard spreek ik het met opzet gecreëerde misverstand niet tegen.

Laat iedereen maar lekker denken dat ik thuis ben geboren waar ik meteen aan de Groninger mosterd ging en de moedermelk oversloeg.

Mijn eerste levensjaar heb ik grotendeels doorgebracht in het ziekenhuis.

Voor mijn tweede woonden we in een buitenwijk van Rotterdam. Een nieuwbouw-getto waar ze al snel vinden dat “je niet normaal ken lullen” en waar elke sjaal mag, als er maar Feijenoord op staat.

Dat is dan weer de waarheid.

Toegegeven, misschien wat gechargeerd.

Gelukkig verhuisden we in mijn tiende levensjaar naar Rotterdam Blijdorp.

Dat is de wijk waar de diergaarde ligt.

Als de wind goed stond, kon je ’s ochtends vroeg op het balkon de olifanten horen toeteren.

Oké oké, dat laatste is onzin.

Het enige wat je op het balkon hoorde waren voorbij razende auto’s en af en toe een sirene.

De dierentuin was te duur, dus daar kwamen we nauwelijks.

Op mijn twaalfde ging een droom in vervulling en mocht ik op vioolles.

Ik kan je daar allemaal mooie verhalen over vertellen, maar ik denk dat het inmiddels duidelijk is hoe die anekdote zich ontvouwt.

Als dit smaakt naar meer: al mijn herinneringen zijn een stuk mooier dan de waarheid.