Het woord meme werd in 1976 bedacht door evolutiebioloog Richard Dawkins in zijn boek The Selfish Gene.
Net zoals genen zich verspreiden via voortplanting, verspreiden memes zich via cultuur: ideeën, gedrag, beelden, taal.
In het Engels klinkt meme ook een beetje als gene.
En dat is geen toeval:
A meme is just an idea that rips through the public consciousness.
Dat soort ideeën verspreiden zich razendsnel.
Soms zonder veel inhoud.
Soms zonder verwerking.
Soms zelfs… zonder mond.
Wij mensen behoren tot de superstam (taxon) Deuterostomia.
Dat wil zeggen dat bij de ontwikkeling van het embryo een spijsverteringskanaal ontstaat met twee openingen.
De eerste opening wordt de anus.
Pas later vormt zich de mond.
Met andere woorden: voordat je ook maar iets kon opnemen, was je alleen maar uitgang.
Dat is niet alleen een opvallend biologisch feit, maar misschien ook een uitstekend uitgangspunt voor een meme.
Vroeger stonden memes op tegeltjes bij je opa en oma op het toilet.
Nu zijn het digitale tegels, op de plee van het internet.
Mensen delen ze om zich te laten zien, om hun plekje te claimen in een scrollende zeitgeist.
Soms noemen we dat een online identiteit.
En als het een beetje uit de hand loopt, noemen we het een influencer.
Influencers zijn Deuterostomia waarbij de functie van beide openingen gelijk is aan die van de eerste.
Hun content stroomt er net zo uit als hun ontbijt na een te sterke bak koffie.
In een wereld waar memes bepalend zijn voor je zichtbaarheid, zijn we vooral bezig met zenden.
Maar hoe vaak slikken we nog echt iets door?