In een wolk hoog in de lucht condenseert een zuchtje waterdamp en begint zijn lange reis naar beneden waarin hij de perfecte, ons zo bekende, aerodynamisch vorm aanneemt.
Een moment later spat de druppel op mijn met zweet bedekte arm uiteen; verlichting.
Al snel volgen er meer.
Spattend op het gras, de bladeren van de bomen en het asfalt maken ze allemaal een ander geluid.
De kakofonie van een verkoelende zomerse regen bui.
Op de grond reageert het water met moleculen die zijn ontstaan, door de chemische reacties van plantenresten en bacteriën, tijdens het droge warme weer.
De combinatie kan zich daardoor met de lucht mengen en vormt de aërosols die ik via mijn neus diep inhaleer.
Mijn reukgeheugen wordt geactiveerd en het gevoel van alle warme zomers uit mijn leven schiet door mij heen.
Zoals die zomer middag dat ik en mijn zusje voor het portiek van ons ouderlijk huis in een plensbui stonden; onze kleding aan onze huid geplakt.
Andere herinneringen heb ik niet van die dag, maar die geur rook ik toen ook.
Wat nou als ik je vertelde dat die geur een naam heeft, namelijk Petrichor.
Het wordt nog mooier, het is namelijk een samenstelling van twee Griekse woorden, ‘petra’ en ‘ichor’.
Petra betekent ‘steen’ en ichor verwijst naar de gouden vloeistof die volgens de Griekse mythologie door de aderen van de Olympische goden stroomde.
Zouden die oude Grieken toen ze jong waren ook met hun zusje in de stromende regen hebben gestaan?